VPN creëert een beveiligde, versleutelde tunnel tussen een gebruiker en het netwerk, waardoor de gebruiker toegang krijgt tot het interne netwerk alsof ze fysiek aanwezig zijn, ongeacht hun locatie. Het vertrouwt vaak op een netwerkperimeter voor beveiliging.
ZTNA daarentegen volgt het principe van “Zero Trust”, wat betekent dat geen enkele gebruiker of apparaat, zelfs niet binnen het netwerk, automatisch vertrouwd wordt. Toegang wordt verleend op basis van strikte verificatie, authenticatie en autorisatie, en alleen voor specifieke applicaties of diensten.
Kortom, VPN biedt bredere toegang tot het netwerk, terwijl ZTNA striktere controle toepast op wie toegang krijgt tot welke resources.
Fortinet gebruikt Forticlient in combinatie met FortiEMS en Fortigate om ZTNA met remote access te implementeren. Het werkt als volgt: Forticlient bekijkt het client systeem op basis van de huidige staat, bijvoorbeeld middels attributen zoals: zijn de laatste updates geïnstalleerd, bevat het apparaat geen kwetsbaarheden, draait de AV software nog en in deze up-to-date etc. Zodra een device aan de voorwaarden voldoet, krijgt deze een compliance tag zoals bijvoorbeeld: compliant device. Deze tag wordt naar FortiEMS gesynchroniseerd welke een integratie heeft met de Fortigate firewall. EMS zorgt ervoor dat het client systeem (en zijn IP of MAC) doorgegeven wordt aan de firewall, binnen de firewall bouw je vervolgens ZTNA regels welke toegang tot diensten / applicaties geven mits je voldoet aan de eisen die de TAG stelt. Deze checks lopen periodiek dus ook als Antivirus uitgeschakeld zou worden op het client device dan zal de toegang ontnomen worden omdat de client niet meer voldoet aan de TAG en dus conform de firewall regel geen toegang meer mag hebben tot de business applicaties. Hiermee is het dus mogelijk om enkel veilig devices remote toegang te geven.
Daarnaast heeft ZTNA nog een voordeel:
Cloud applicaties kunnen overal ter wereld gehost worden bijvoorbeeld in uw eigen datacenter of in uw eigen Azure omgeving. ZTNA grijpt enkel in op het FQDN wat benaderd wordt, waardoor het dus mogelijk wordt om verkeer voor een applicatie via de meest efficiënte firewall af te handelen, bijvoorbeeld de firewall in Azure omdat de applicatie daar toevallig draait. Terwijl een andere dienst potentieel vanuit uw eigen datacenter draait. Deze flexibiliteit maakt ZTNA uitermate geschikt voor hybride omgevingen waarin veiligheid enorm belangrijk is.